Wat is er zo bijzonder aan de Beatles, Bill Gates en John Rockefeller? Begin dit jaar kocht ik bij de Selexyz voor vijf euro het boekje Uitblinkers van Malcolm Gladwell. Eerder had ik al het boek ‘The Tipping Point’ gelezen, een analyse hoe hypes en trends plotseling kunnen opkomen.
Gladwell (foto) vind ik zelf een van de meest lezenswaardige managementauteurs. Hij schrijft toegankelijk, ontspannen en met leuke anekdotes. Zo gaat Uitblinkers over toppers, in de wetenschap, sport, muziek, kunst, zakenleven en politiek.
Zijn analyse is messcherp en ontluisterend. Natuurlijk, Bill Gates en John Lennon zijn briljant. Maar wat vaak niet in de verhalen wordt genoemd is welke kansen ze hebben gehad. Ze hadden het geluk aan hun zijde. De Beatles kregen de kans om maandenlang elke avond uren achteraan te spelen in Hamburg. Bill Gates kreeg door een aantal opmerkelijke momenten de mogelijkheid om jarenlang continu te programmeren. Dit is ook het bekendste idee uit het boek: de duizend uur regel. Je kan heel goed ergens in zijn, maar een wereldtopper wordt je als je aan je vaardigheid blijft werken.
Het boek valt niet helemaal in de categorie van zelfhulp boeken. Gelukkig niet, het boek geeft je een ontnuchterend beeld van hoe de grootste genieën zo ver zijn gekomen, wat de invloed is van je geboortedatum op sportsucces en waarom je nu met Zuid-Koreaanse vliegtuigmaatschappijen moet vliegen.
No related posts.